GBR-fractievoorzitter wil het liefst besturen

GBR-fractievoorzitter wil het liefst besturen
‘WE HEBBEN DE EMOTIES TE HOOG LATEN OPLOPEN NA ZETELVERLIES’
18 November 2004, Door Stijn Hustinx

Lenneke van der Meer is niet alleen fractievoorzitter van Gemeentebelangen Rozenburg (GBR), maar ook een ijverige student bestuurskunde. Ze wil graag bestuurder worden bij de overheid. Misschien zelfs wel burgemeester van Rozenburg. Door haar bestuurskundige bril bekijkt ze nu haar ‘eigen’ gemeente. Burgemeester Ria de Sutter scoort wat haar betreft een onvoldoende.

Precies een half jaar geleden besloot de Rozenburgse gemeenteraad het roer om te gooien: géén gehakketak meer, geen urenlange discussies over wissewasjes. Nee, de raad zou voortaan slagvaardig gaan opereren. In de periode ervoor lagen veel partijen te vaak met elkaar in de clinch. Een vernietigend rapport bevestigde dat ook.

Lenneke van der Meer ziet nu een lichte verbetering. De afgelopen begrotingsraad vindt ze daarvoor het ultieme bewijs: een vergadering die behoorlijk spannend was en discussies die op het scherpst van de snede werden gevoerd, zonder dat er een ruzieachtige sfeer ontstond. Deze manier van vergaderen lijkt echter voor Rozenburgse begrippen eerder uitzondering dan regel.

Nog steeds worden agenda’s niet volledig afgewerkt tijdens raads- en commissievergaderingen. Vaak wordt maar de helft van de punten behandeld. Het komt de besluitvorming niet ten goede. De oorzaak is tweeërlei, denkt Van der Meer. Natuurlijk moet de raad ook de hand in eigen boezem steken, vindt ze. Haar eigen partij ook. Ze geeft toe dat de rol van oppositie de partij in eerste instantie niet goed beviel.

Gezeten aan de houten tafel in haar woonkamer blikt de lokale politica terug. Haar tekkel, een erg druk beestje, is eindelijk stil. ,,We zaten met twee wethouders in het college,” herinnert ze. ,,We hebben ooit zeven zetels in de raad gehad. Toen we die niet meer hadden, heeft dat voor heel wat frustratie gezorgd, waar we niet goed mee om zijn gegaan. We hebben de emoties te hoog laten oplopen. We waren te scherp en ongenuanceerd. Maar daar is nu geen sprake meer van. De oppositie is eigenlijk wel prettig. Hoewel we als partij natuurlijk het liefst zouden regeren,” moet ze bekennen.

Maar Van der Meer wijst ook op de rol van burgemeester Ria de Sutter. Die zou volgens haar als voorzitter tijdens gemeenteraadsvergaderingen toch meer moeten betrachten de raad bij elkaar te houden en meer leiding moeten geven. Van der Meer is vooral kritisch over het chaotische verloop van vergaderingen. De burgemeester wil nogal eens vergeten een vergadering officieel te openen of erg lang twijfelen over een schorsing. Ook aan de uitvoering van haar burgemeesterszaken schort het nogal eens, constateert de GBR-fractievoorzitter. ,,Werken met haar is eigenlijk ontzettend lastig. Hoewel ze soms wel lekker scherpe grapjes kan maken.”

Gekozen burgemeester
Of Van der Meer, de juweliersdochter, wier vader ook al voor GBR wethouder was, het allemaal beter zou kunnen is natuurlijk de vraag. Ze doet er in ieder geval alles aan om straks een goede bestuurder te zijn. Daar ligt haar hart, zegt ze. Met haar studie bestuurskunde en overheidsmanagement is ze hard op weg. Waar haar ambities precies liggen weet ze nog niet. “Griffier, gemeentesecretaris. Aan zoiets moet je denken. Al zou ik ook graag weer wethouder willen worden. Maar als straks die gekozen burgemeester komt, zou ik dat ook wel willen. Ook van Rozenburg, ja.”

Waar Van der Meer in ieder geval voor zou willen zorgen is een betere communicatie met de burger. Die staat volgens haar nu te vaak buiten spel. ,,Ze hebben vaak geen idee waar we het over hebben en hebben het gevoel dat we volledig buiten hen om besluiten nemen. Dat moet echt anders kunnen. Je kunt op zijn minst de moeite nemen met ze te gaan praten. Of je aan alle wensen van de burgers tegemoet kunt komen is een tweede. Maar luister in ieder geval naar ze. Die drempel moet veel lager. Natuurlijk zal het dan vaak gaan over kapotte lantaarnpalen en losliggende stoeptegels. Maar wat je bereikt is dat mensen ook als er écht iets aan de hand is naar je toe durven te komen. En dat is voor lokale politiek erg belangrijk. Leg het aan de burgers uit.”