NIEUWE KIESSTELSEL

Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken, 20 augustus 2004

Alle kiezers kunnen vanaf de eerstvolgende Tweede-Kamerverkiezingen in mei 2007 twee stemmen uitbrengen, zoals eerder is aangekondigd in de Hoofdlijnennotitie nieuw kiesstelsel. Eén stem wordt uitgebracht op een kandidaat van een landelijke lijst en de andere op een kandidaat in het district van de kiezer. Dit is de kern van een wetsontwerp voor een nieuw kiesstelsel waarmee de ministerraad op voorstel van minister De Graaf voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ingestemd.

Hoofdlijnennotitie Nieuw kiesstelsel “Naar een sterker parlement”
Minister De Graaf heeft als minister voor bestuurlijke vernieuwing eind november 2003 een hoofdlijnennotitie met een voorstel voor een nieuw kiesstelsel getiteld ‘Naar een sterker parlement’ aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarmee is, zoals afgesproken in het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Balkenende II, een concreet voorstel op tafel gelegd om 90 jaar na invoering van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging het Nederlandse kiesstelsel ingrijpend te herzien. Het stelsel dat in de nota wordt voorgesteld is een zogenaamd gemengd kiesstelsel. Dit houdt in dat de evenredige vertegenwoordiging blijft bestaan, maar dat de aanwijzing van de kamerleden voor een deel in districten geschiedt. Dit voorstel dient ter versterking van de Nederlandse representatieve democratie door stimulering van een meer dualistische verhouding tussen regering en parlement. De verwachting is dat daardoor de band kiezer-gekozene zal verbeteren en het vertrouwen van de burger in de politiek zal toenemen. Op den duur zal dit ook tot revitalisering van de politieke partijen leiden.

Exemplaren van deze notitie zijn  op te vragen en worden toegestuurd tegen vergoeding van de portokosten. Rechts in de kantlijn kunt u de notitie in het Nederlands en Engels downloaden in PDF formaat. Hieronder vindt u de samenvatting.

1. Inhoud van het voorstel
De kiezer krijgt een extra stem. Naast de huidige stem op een landelijke kandidatenlijst, kan de kiezer ook een stem uitbrengen op een districtskandidatenlijst.
Ongeveer de helft van de Kamerleden wordt gekozen in districten en de overige Kamerleden worden gekozen op de landelijke lijst.
Nederland wordt onderverdeeld in ongeveer 20 districten. Binnen ieder district worden, afhankelijk van de bevolkingsomvang, tussen de twee en vijf zetels verdeeld.
In de districten wordt een personenstelsel gehanteerd in combinatie met een kiesdrempel. Dat betekent dat alleen die kandidaten in de districten een zetel zullen krijgen die als persoon een bepaald aantal voorkeurstemmen hebben verworven. (Het kan dus zo zijn dat niet alle districtszetels bezet zullen worden.)
De landelijke stem is bepalend voor de zetelverdeling tussen de partijen. De districtskandidaten hebben voorrang bij het bezetten van de zetels. (Stel: een partij heeft via de landelijke stemmen recht op 40 zetels. In de districten zijn 16 kandidaten van deze partij gekozen. De 16 districtskandidaten komen dan in de Kamer aangevuld met 24 kandidaten van de landelijke lijst.)

2. Doel van het voorstel
Het doel van de aanpassing van het kiesstelsel is drieledig:
Meer kamerleden moeten een eigen kiezersmandaat verwerven door in de districten de strijd om een kamerzetel aan te gaan. Op die manier wordt de band tussen kiezers en gekozenen versterkt. Omdat het kamerlid voor herverkiezing ook afhankelijk is van de kiezers in zijn district stimuleert dit dat het kamerlid ook tussen de verkiezingen door zich met regelmaat laat zien in het district om tekst en uitleg te geven.
Het bevorderen van het dualisme tussen regering en Kamer. Als er een groot aantal kamerleden met een eigen kiezersmandaat in de Kamer zit, versterkt dit de positie van de Kamer tegenover de regering. Kamerleden die voor hun herverkiezing direct van de kiezers afhankelijk zijn (en niet van het feit of de eigen partij hen hoog op de kandidatenlijst plaatst) zullen in de fractie én in de Kamer regeringsvoorstellen kritisch beoordelen op de gevolgen voor de burgers. Dit bevordert het dualisme tussen regering en parlement.
Het vergroten van de politieke betrokkenheid van de burgers. Door het voorstel krijgen burgers meer invloed – behalve de zetelverdeling tussen partijen hebben ze veel meer dan nu invloed op de personele samenstelling van de Kamer – en wordt bevorderd dat Kamerleden met grote regelmaat verantwoording afleggen aan hun kiezers. Daardoor komt de politiek dichter bij de kiezers en kan de politieke betrokkenheid vergroot worden. Dit kan een positieve stimulans vormen voor burgers om zelf politiek actief te worden, bijvoorbeeld door zich aan te sluiten bij een politieke partij.

3. Achtergrond van het voorstel
Het bestaande kiesstelsel was erg geschikt ten tijde van de verzuiling. Iedere bevolkingsgroep kreeg naar rato een deel van de Kamerzetels. Dit kiesstelsel voldoet naar de mening van het kabinet niet meer: Nederland is in belangrijke mate ontzuild. Het aantal zwevende kiezers is sterk toegenomen. Het aantal mensen dat lid is c.q. actief is in politieke partijen is sterk teruggelopen. De band tussen kiezers en gekozenen is daardoor verbroken.
De maatschappelijke en politieke ontwikkelingen gaan razendsnel. Verkiezingsprogramma’s en regeerakkoorden zijn al snel door de feitelijke ontwikkelingen achterhaald. Dit maakt dat het bij verkiezingen meer gaat om het uitspreken van vertrouwen in personen dan om een afweging van de concrete plannen van de verschillende partijen.

4. Alternatieven
Is het mogelijk om de gestelde doelen te bereiken zonder een kiesstelsel met twee stemmen en districten in te voeren?
Een veelgenoemd alternatief is het verlagen van de voorkeurdrempel. Het kabinet wijst dit alternatief uitdrukkelijk af. Dit versterkt de band tussen kiezers en gekozenen niet. Voor de kiezer verandert er niets; hij hoeft zich op geen enkele manier bewust te zijn dat zijn voorkeurstem meer gewicht heeft gekregen. Ook de halvering van de voorkeurdrempel in 1998 heeft niet geleid tot een substantiële toename van het aantal voorkeurstemmen. Bovendien kleeft er een sterk nadeel aan het verlagen van de voorkeurdrempel: er zal een sterke concurrentiestrijd ontstaan tussen kandidaten van de dezelfde partij.
Om vergelijkbare redenen worden het alternatief waarbij de kiezer drie stemmen toegekend krijgt afgewezen, evenals het alternatief waarbij de partijen slechts een beperkt aantal kandidaten per kieskring mogen stellen.

5. Regionalisme en cliëntelisme?
Als bezwaar tegen districten wordt vaak ingebracht dat het gevaar bestaat dat het leidt tot regionalisme en cliëntelisme. Dit bezwaar wordt niet onderschreven. Op dit moment zorgen politieke partijen ook al voor een zekere spreiding van kandidaten over het hele land. Dat leidt nu niet tot ongewenste aandacht voor regionale belangen en er is geen reden te veronderstellen dat dit onder een districtenstelsel anders zal zijn. Bovendien kan niet gezegd worden dat expliciete aandacht in de Kamer voor regionale problemen (werkloosheid in Noorden; A76 in Limburg) altijd ongewenst is.
Gevaar voor cliëntelisme is ook niet aanwezig. Dit past niet in de Nederlandse politieke cultuur. Als cliëntelisme al op de loer ligt, dan is dat waarschijnlijker bij een stelsel met een lage voorkeurdrempel.

6. Verdere procedure
Voor de zomer van 2004 wordt een wetsvoorstel aan de Raad van State gezonden. Het wetsvoorstel wordt in 2005 door het parlement behandeld. In mei 2007 kunnen dan de verkiezingen van de Tweede Kamer volgens het nieuwe stelsel plaatsvinden.